Wij zijn te dom

Wij zijn te dom

STANDPUNT


Mensen worden gedreven door hun onderbewustzijn.

Angst, onzekerheid en zelfbehoud zijn de gangmakers van ons gedrag. Onze hele ethiek berust hierop: je mag een ander geen pijn doen, omdat je zelf geen pijn wilt hebben. Je mag niet stelen, omdat je zelf niet bestolen wil worden.

Heel lang is dit vrij goed gegaan omdat mensen in hechte sociale groepen leefden. Ze hielden elkaar in de gaten, corrigeerden elkaar en zorgden voor elkaar. En als dit nog niet genoeg was dan was er altijd nog het geloof in de tien geboden dat de mens enigszins in toom hield.

Maar nu, nu je elkaar op allerlei indirecte manieren kunt bestelen of pijn kunt doen en er geen God meer op je let, nu komt al het slechte in de mens weer boven.


Vergis je niet. Ik heb geen hekel aan de mens. Ik denk dat een mens in principe goed is en het beste wil. Mensen zijn prachtige wezens, vol kleurrijke emoties, maar ook vanaf de geboorte al zo vol met trauma's van nietigheid en kwetsbaarheid, dat ze alleen nog aan het ego denken. Hun eigen ego welteverstaan.


Zo zullen ze zich verlagen tot meedogenloze geldwolven, als ze de bestolene niet kennen. Ze zullen de andere helft van de wereld laten verhongeren als ze daarmee in een mooiere auto kunnen rijden. Ze hebben lak aan het milieu, dier of de medemens als die niet tot hun directe vriendenkring of familie behoort. Hun eigen hondje is meer waard dan een hele apensoort in een gekapt woud.


Deze kortzichtigheid kenmerkt de mens. Het is geen verwijt. Zo is de mens gewoon. Het 'goeddoen' is beperkt tot de directe omgeving en ook nog eens tot de zeer overzienbare toekomst. Verder kijkt homo sapiens nog niet.


Strengere regels? Nee. Iedere vorm van regelgevend stuit weer op de bovenstaande problemen. Zelfs al denkt de mens een verstandige oplossing gevonden te hebben, dan blijkt deze in de praktijk steeds opgeofferd te worden aan de kortzichtige hebberigheid. De beurs of de economie komt altijd eerst. Daarnaast blijkt iedere verstandige oplossing uiteindelijk toch niet zo verstandig als men van tevoren dacht en iedereen wordt alleen maar gek van de restricties.


Maar waarom heeft de mens zulke puike hersenen? Dat is toch juist om ze te gebruiken? Ja, de mens is uitstekend in het bedenken van slimme pragmatische oplossingen voor allerlei kleine probleempjes.

De mens is alleen niet geschikt voor het bedenken van goed werkende oplossingen voor grote problemen, zeker niet voor de lange duur. Grote internationale bedrijven denken niet aan het wel en wee van de wereld, maar houden zich slechts bezig met de bevrediging van hun eigen onderbewuste lusten. Hetzelfde geldt voor overheden. Verrijking, corruptie, machtswellust, hun ego-agenda en tenslotte ook nog ‘eigen volk eerst’.


Het zou allemaal niet zo erg zijn als de schaal waarop dit tegenwoordig gebeurt niet zo groot zou zijn en de invloed van al dit ingrijpen zo desastreus. De hele globe lijkt een speelbal van multinationals en hun stromannen in de regering. En wat we nu zien is nog maar het begin.


Kun je de oplossing van een probleem overlaten aan de mensen die het veroorzaakten? Nee, want iedere oplossing stuit weer op de bovenstaande problemen. Ze zullen altijd eerst aan zichzelf denken en dat zal ten koste gaan van de anderen en het milieu. De enige manier voor de mens om met grote problemen om te gaan is daarom: door ze niet op te lossen, maar ze over te laten aan natuurlijke processen.


Bedrijven die planten en dieren genetisch willen manipuleren omdat ze dan beter aangepast zijn aan onze wensen, bewijzen hoe dom de menselijke ingrepen zijn. RNA-codes die ieder jaar ingespoten zullen worden om ons (immuunsysteem?) te ‘verbeteren’? Wij zijn perfect aan onze wereld aangepast, anders waren we er niet geweest en juist onze diversiteit en onze afwijkingen maakt ons krachtig genoeg om alles te weerstaan. 


Bedrijven de claimen dat ze willen helpen om het voedselprobleem voor de mensheid op te lossen liegen. Er is geen voedselprobleem. De aard van de mensen is het probleem. Sinds de (imperialistische) mens zijn oorlogen uitvocht in derde wereldlanden, er de sociale structuren kapot maakte of er mono- of exportculturen vestigde, is er honger.


Politiek en sociaal werkt het bij ons niet anders. Een overheid die zich bemoeit met ons sociaal leven en tracht ons gedrag via allerlei kunstmatige regels vorm te geven, maakt de gedurende duizenden jaren natuurlijk ontstane sociale structuren kapot, zeg maar het immuunsysteem van de maatschappij. Het drijft de mensen uit elkaar en maakt ze hulpbehoevend en afhankelijk van de overheid en multinationals voor hun bestaan.


Een overheid moet ervoor zorgen dat we niet afhankelijk worden van enkele multinationals in plaats van zich erdoor te laten inpakken. Weg die massaconsumptie-maatschappij. Een soort licht verschroeide aarde; alleen op die manier kan de mens haar vrijheid nog behouden.


Een goede overheid beschermt sociale structuren en brengt de mensen bij elkaar, zodat ze kunnen doen waar ze goed in zijn. Zorgen voor elkaar en voor hun directe omgeving. Van die globale bedieningsknoppen afblijven . Andere volkeren met rust laten, want we weten zelf niet wat we doen en hoe ons ingrijpen uitpakt, en zeker geen NGO’s steunen die stiekem alleen westerse belangen dienen.


Een werkelijk goede overheid is daarom een overheid die géén infrastructuur en mogelijkheden schept voor een grootschalig ingrijpen van de mens, maar alles in zijn werk zet om deze invloed tegen te gaan. We hebben duidelijk gezien dat er alleen ellende van komt. Dus: niet het bevorderen van internationale handel, maar het beperken ervan. Niet het aanleggen van wegen en vliegvelden, maar het laten verloederen ervan. Een overheid zou als voornaamste taak moeten hebben: het bevorderen van chaos, het tegengaan van een situatie waarin grootschaligheid überhaupt kan ontstaan. 


 Tot we op een dag, heel ver in de toekomst, wijs en oprecht empathisch genoeg zijn om deze verantwoordelijkheid aan te kunnen.